Hoeveel scholingsdagen heeft een OR-lid? Dit zegt de WOR

28 oktober 2025

Hoeveel scholingsdagen heeft een OR-lid? Dit zegt de WOR

Door: Judith van Duivenboden, trainer en adviseur van MZ Services

Laatst bijgewerkt: 7 oktober 2026

Het korte antwoord? Een OR-lid heeft recht op minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Ben je naast OR-lid ook lid van een vaste commissie of onderdeelcommissie van de OR, dan zijn dat er minimaal acht. Voor een commissielid dat geen lid is van de ondernemingsraad geldt een minimum van drie scholingsdagen.

Die aantallen staan gewoon in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Toch ontstaat er in de praktijk regelmatig discussie over. Want zijn die vijf dagen nu een maximum? Wie bepaalt welke training je volgt? En wie betaalt eigenlijk de rekening?

We zetten het op een rij.

Hoeveel scholingsdagen heeft een OR-lid volgens de WOR?

Het scholingsrecht van de ondernemingsraad is geregeld in artikel 18 van de WOR. De wettelijke minimumaantallen staan in artikel 18 lid 3 WOR.

De wettelijke ondergrens is:

FunctieMinimaal aantal scholingsdagen per jaar
OR-lid5 dagen
Commissielid dat geen OR-lid is3 dagen
OR-lid dat ook lid is van een vaste of onderdeelcommissie8 dagen

Belangrijk in bovenstaand overzicht is het woord minimaal.

Vijf scholingsdagen zijn dus geen maximum. De WOR bepaalt dat de ondernemer en de OR samen vaststellen hoeveel scholing redelijkerwijs nodig is om het OR-werk goed te kunnen doen. Daarbij mogen zij niet onder de wettelijke minima uitkomen.

Speelt er bijvoorbeeld een grote reorganisatie, fusie, wijziging van de pensioenregeling of een ingewikkeld arbo- of financieel vraagstuk? Dan kan er alle reden zijn om meer scholing af te spreken.

Moet een OR-lid die vijf scholingsdagen ook allemaal gebruiken?

Nee. Het gaat om een wettelijk recht en niet om een verplicht quotum dat ieder OR-lid koste wat kost moet opmaken.

Veel belangrijker is de vraag: welke kennis en vaardigheden hebben we als OR nodig of heb ik als OR-lid om het OR-werk goed te kunnen doen?

Voor een nieuwe OR kan een starttraining over de WOR, de onderlinge samenwerking en het overleg met de bestuurder bijvoorbeeld heel zinvol zijn. Een ervaren OR heeft misschien meer aan verdieping op actuele onderwerpen zoals reorganisatie, financiën, arbeidsvoorwaarden, pensioen of duurzame inzetbaarheid.

Scholing hoeft daarom niet ieder jaar voor ieder OR-lid exact hetzelfde te zijn.

 

Wil je scholing niet ad hoc organiseren, maar gericht kijken wat jullie als OR nodig hebben? Lees dan ook: Slim aan de slag: zo zet je een scholingsplan voor je OR op.

Wie bepaalt welke scholing de OR volgt?

Ook daarover ontstaat nog weleens discussie.

Volgens de SER mag de OR in beginsel zelf bepalen hoe de noodzakelijke scholing eruitziet. Denk aan de inhoud, de duur, de trainer of het opleidingsinstituut, het tijdstip en de plaats van de scholing.

Dat betekent niet dat alles onbeperkt kan. De OR moet redelijk omgaan met zijn scholingsrecht en rekening houden met gerechtvaardigde belangen van de organisatie.

Voor scholing boven het wettelijke minimum moet bovendien overeenstemming met de ondernemer worden bereikt over het aantal scholingsdagen.

Maar het uitgangspunt blijft belangrijk: OR-scholing is geen gewone personeelsopleiding waarvoor de werkgever eenzijdig bepaalt wat wel en niet mag. Het scholingsrecht vloeit rechtstreeks voort uit de WOR.

Wie betaalt de OR-training?

De kosten van scholing en vorming die redelijkerwijs nodig zijn voor het OR-werk komen voor rekening van de ondernemer. Dat volgt uit artikel 22 WOR.

Ook vindt de scholing volgens artikel 18 WOR in werktijd en met behoud van loon plaats.

De SER publiceert ieder jaar richtbedragen die ondernemer en OR kunnen gebruiken om te beoordelen wat onder normale omstandigheden redelijke kosten voor kwalitatief goede OR-scholing zijn.

Voor 2026 bedraagt het SER-richtbedrag:

€ 1.395 per dagdeel voor een maatwerkcursus voor de hele OR en € 265 per dagdeel per deelnemer voor een cursus op basis van open inschrijving.

Deze bedragen zijn exclusief btw en zijn nadrukkelijk geen wettelijk maximumtarief. Het zijn richtbedragen: een hulpmiddel om te bepalen welke kosten in de praktijk als redelijk kunnen worden beschouwd.

Download hier de SER-brochure over de richtbedragen voor 2026:

Richtbedragen OR-scholing 2026

Krijgt een nieuw OR-lid maar een deel van de vijf dagen?

Niet automatisch.

Volgens de SER is het niet gebruikelijk om de vijf scholingsdagen naar rato te verminderen wanneer iemand bijvoorbeeld halverwege het jaar lid wordt van de OR. Juist een nieuw OR-lid kan aan het begin van het lidmaatschap extra behoefte aan scholing hebben.

OR’en kunnen de scholingsbehoefte ook over een hele zittingsperiode bekijken. In het eerste jaar ligt het accent dan bijvoorbeeld op basiskennis, teamvorming en de koers van de OR. Later kan meer ruimte worden gemaakt voor verdieping en actuele dossiers.

Ben je met een nieuwe OR gestart? Bekijk dan ook onze OR-trainingen. Daarin combineren we kennis van de WOR met jullie eigen praktijk en de manier waarop jullie als OR invloed willen uitoefenen.

Kun je ongebruikte scholingsdagen meenemen naar volgend jaar?

De WOR werkt niet met een persoonlijk tegoed aan scholingsdagen dat je kunt opsparen of laten uitbetalen.

Het wettelijke uitgangspunt is een aantal scholingsdagen per jaar. Wel kunnen OR en bestuurder natuurlijk afspraken maken over de manier waarop scholing over een zittingsperiode wordt gepland.

Daarom vinden wij het nuttiger om niet te redeneren vanuit: “we hebben nog drie dagen over”, maar vanuit: “wat hebben wij nodig om ons OR-werk komend jaar goed te doen?”

Een goed scholingsplan helpt daarbij.

Vraag hier onze handige checklist aan met tips over hoe je tot een gedegen OR-scholingsplan komt:

Vraag de Checklist Scholingsplan aan

 

Heeft een PVT ook recht op scholing?

Ja. Ook leden van een personeelsvertegenwoordiging (PVT) hebben recht op scholing.

Voor de PVT noemt de WOR alleen geen wettelijk minimum van bijvoorbeeld drie of vijf dagen. De PVT en de ondernemer moeten daarom samen afspraken maken over de hoeveelheid scholing die redelijkerwijs nodig is.

De kosten van noodzakelijke scholing komen ook bij een PVT voor rekening van de ondernemer.

Wat als de bestuurder en OR het niet eens worden?

Probeer eerst duidelijk te maken waarom de scholing nodig is. Welke ontwikkeling speelt in de organisatie? Welke kennis ontbreekt bij de OR? En wat moet de training de OR concreet opleveren?

Een goed onderbouwd scholingsplan voorkomt veel discussie.

Komen OR en ondernemer er toch niet uit, bijvoorbeeld over de scholingsbehoefte of de kosten, dan kan de bedrijfscommissie worden gevraagd om te bemiddelen. Uiteindelijk kent de WOR ook de mogelijkheid om een geschil aan de kantonrechter voor te leggen.

Vijf dagen is dus het minimum, niet het doel

Een OR-lid heeft volgens de WOR minimaal vijf scholingsdagen per jaar. Maar alleen het tellen van dagen brengt een ondernemingsraad niet verder.

Goede scholing begint met een andere vraag: wat moeten wij als OR weten en kunnen om serieus invloed uit te oefenen?

Soms betekent dat een basistraining over de WOR. Soms gaat het om teamontwikkeling, overlegvaardigheden of strategischer leren werken. En soms moet je je juist snel verdiepen in een onderwerp dat binnen de organisatie ineens op tafel ligt.

Bij MZ Services combineren we daarom kennis met de praktijk van jullie eigen OR. Geen training omdat er toevallig nog scholingsdagen beschikbaar zijn, maar scholing waar je in het OR-werk daadwerkelijk iets aan hebt.

Judith van Duivenboden, OR-trainer en adviseur bij MZ Services

Scholing die past bij jullie OR

Goede OR-scholing begint niet bij een standaardprogramma, maar bij de vraag wat jullie nodig hebben om je rol goed te vervullen. Daarom sluiten we onze trainingen aan op jullie eigen praktijk, actuele dossiers en ontwikkelvragen.

Bekijk onze OR-trainingen voor het volledige aanbod. Willen jullie met de hele ondernemingsraad werken aan eigen thema’s, dossiers of de samenwerking binnen de OR? Bekijk dan onze maatwerktrainingen.

Niet zeker wat het beste past? Neem contact met ons op. We denken graag met jullie mee.

013 – 467 65 97 info@mzservices.nl

Veelgestelde vragen over scholingsdagen van de OR

Een OR-lid heeft volgens artikel 18 WOR recht op minimaal vijf scholingsdagen per jaar.

Ja. Een OR-lid dat tevens lid is van een vaste commissie of onderdeelcommissie heeft recht op minimaal acht scholingsdagen per jaar. Een commissielid dat geen OR-lid is, heeft recht op minimaal 3 scholingsdagen per jaar.

De kosten die redelijkerwijs noodzakelijk zijn voor OR-scholing komen op grond van artikel 22 WOR voor rekening van de ondernemer. De scholing vindt in werktijd en met behoud van loon plaats. De OR moet daarbij redelijk omgaan met de kosten en rekening houden met gerechtvaardigde belangen van de organisatie.

In beginsel wel. De OR mag binnen redelijke grenzen zelf bepalen hoe de scholing wordt ingevuld, waaronder inhoud, duur, opleidingsinstituut, tijdstip en plaats.