Nee. De bestuurder moet de OR tijdig om advies vragen en het advies serieus bij zijn besluitvorming betrekken, maar kan uiteindelijk anders besluiten. Wijkt het besluit af van het advies van de OR, dan moet dit worden gemotiveerd en geldt in beginsel een opschortingstermijn van één maand.

Adviesrecht van de OR: zo oefen je invloed uit met artikel 25 WOR
Door: Patrick Hüngens

Het adviesrecht is een van de belangrijkste instrumenten waarmee een ondernemingsraad invloed kan uitoefenen op de koers en inrichting van een organisatie. Het recht is vastgelegd in artikel 25 van de Wet op de ondernemingsraden (WOR) en geldt bij belangrijke voorgenomen besluiten op financieel-economisch en organisatorisch gebied.
Denk aan een reorganisatie, fusie of overname, een belangrijke investering, het verplaatsen van activiteiten of een ingrijpende wijziging van de organisatiestructuur.
Maar effectief gebruikmaken van het adviesrecht vraagt meer dan alleen weten wat er in artikel 25 staat. Het gaat vooral om timing, informatie, strategie en inhoud. Een OR die pas aan het einde van een besluitvormingstraject reageert, laat kansen liggen. Een OR die vroegtijdig betrokken is, weet wat hij wil bereiken en zijn advies goed onderbouwt, kan daadwerkelijk invloed uitoefenen.
Dat is uiteindelijk waar het adviesrecht voor bedoeld is.
Wat is het adviesrecht van de ondernemingsraad?
Het adviesrecht geeft de ondernemingsraad het recht om advies uit te brengen voordat de ondernemer een definitief besluit neemt over een aantal belangrijke organisatorische en financieel-economische onderwerpen.
Het woord voorgenomen is daarbij belangrijk. De beslissing mag nog niet vaststaan.
Sterker nog: de WOR bepaalt dat het advies op een zodanig moment moet worden gevraagd dat het advies van de OR nog van wezenlijke invloed kan zijn op het te nemen besluit.
Dat maakt het adviesrecht veel meer dan een formele procedure waarbij de OR aan het eind nog even mag vertellen wat hij ervan vindt. De bedoeling is juist dat de OR een inhoudelijke bijdrage kan leveren aan de besluitvorming.
Dat kan bijvoorbeeld betekenen:
- kritische vragen stellen;
- alternatieven aandragen;
- risico’s zichtbaar maken;
- voorstellen verbeteren;
- voorwaarden formuleren;
- aandacht vragen voor gevolgen voor medewerkers;
- een andere fasering voorstellen;
- of gemotiveerd aangeven waarom de OR het voorgenomen besluit niet verstandig vindt.
Het uiteindelijke besluit blijft bij de ondernemer. Maar een goed gebruikte adviesprocedure kan wel degelijk verschil maken in wat er wordt besloten én hoe een besluit wordt uitgevoerd.
Bij welke besluiten heeft de OR adviesrecht?
Artikel 25 WOR noemt een aantal categorieën voorgenomen besluiten waarover de OR adviesrecht heeft. Het gaat daarbij onder andere om belangrijke besluiten over:
- een fusie, overname of andere overdracht van zeggenschap;
- het oprichten, overnemen of afstoten van een andere onderneming;
- het aangaan, wijzigen of beëindigen van een duurzame samenwerking met een andere organisatie;
- sluiting of beëindiging van de onderneming of een belangrijk onderdeel daarvan;
- een belangrijke inkrimping, uitbreiding of andere wijziging van de werkzaamheden;
- een belangrijke wijziging van de organisatiestructuur of de verdeling van bevoegdheden;
- het verplaatsen van de onderneming;
- het groepsgewijs aantrekken of inlenen van arbeidskrachten;
- een belangrijke investering;
- het aantrekken of verstrekken van een belangrijk krediet;
- het invoeren of wijzigen van een belangrijke technologische voorziening;
- een belangrijke maatregel op het gebied van het milieu;
- een regeling waarbij de onderneming eigenrisicodrager wordt voor ziekte of arbeidsongeschiktheid;
- en het verstrekken van een adviesopdracht aan een externe deskundige over een van deze onderwerpen.
Daarnaast heeft de OR op grond van artikel 30 WOR een afzonderlijk adviesrecht bij de benoeming of het ontslag van de bestuurder.
Niet ieder besluit binnen deze categorieën is automatisch adviesplichtig. Bij verschillende onderdelen van artikel 25 moet het gaan om een belangrijk besluit.

Adviesrecht OR bij reorganisaties en fusies
Bij reorganisaties en organisatieveranderingen, maar ook bij fusies en overnames heeft de OR adviesrecht. Maar om tot een gedegen advies te komen, moet er vaak veel worden uitgezocht en besproken. Denk aan het beoordelen van de aanleiding, het analyseren van de plannen en de gevolgen daarvan, maar ook aan het overleg met het management en de achterban. Bij MZ Services zijn we vaak intensief betrokken bij dit soort processen. Niet om de taak van de OR over te nemen, maar om de OR te ondersteunen en te adviseren over de mogelijkheden om invloed uit te oefenen. Meer weten over wat we kunnen doen? Klik op de knop hiernaast!
Wanneer is een besluit ‘belangrijk’ genoeg voor adviesrecht?
Daar bestaat geen eenvoudige grens voor.
Er staat bijvoorbeeld niet in de WOR dat een investering vanaf een bepaald geldbedrag automatisch adviesplichtig is. Of dat een reorganisatie pas adviesplichtig wordt wanneer een bepaald aantal medewerkers wordt geraakt.
Of een besluit belangrijk is, hangt af van de omstandigheden van de organisatie.
Daarbij kunnen onder andere worden meegewogen:
- financiële gevolgen: hoeveel geld is ermee gemoeid en hoe groot is het financiële risico?
- organisatorische gevolgen: verandert de inrichting van de organisatie, verdwijnen onderdelen of verschuiven bevoegdheden?
- sociale gevolgen: veranderen functies, werkzaamheden of arbeidsplaatsen?
- omvang van de organisatie: wat voor een multinational relatief klein is, kan voor een organisatie met honderd medewerkers zeer ingrijpend zijn.
Twijfelt de OR of een voorgenomen besluit adviesplichtig is? Wacht dan niet totdat de bestuurder de discussie daarover heeft afgerond. Bespreek het onderwerp zo vroeg mogelijk en leg vast waarom de OR vindt dat artikel 25 WOR van toepassing is.

Wanneer moet de bestuurder de OR om advies vragen?
Het antwoord is eigenlijk eenvoudig:
op tijd.
De ondernemer moet het advies vragen voordat het definitieve besluit is genomen én op een moment waarop het advies van de OR nog daadwerkelijk invloed kan hebben.
Dat betekent ook dat een bestuurder niet eerst maandenlang een plan volledig kan uitwerken, overeenkomsten kan sluiten of onomkeerbare stappen kan zetten en daarna pas de OR om advies kan vragen.
Formeel kan er dan misschien nog sprake zijn van een ‘voorgenomen besluit’, maar van wezenlijke invloed is weinig meer over als alle belangrijke keuzes al zijn gemaakt.
Daarom adviseren wij ondernemingsraden om niet uitsluitend te wachten op de formele adviesaanvraag. Gebruik bijvoorbeeld ook het overleg over de algemene gang van zaken op grond van artikel 24 WOR om zicht te krijgen op besluiten die eraan komen.
Hoe eerder je weet wat er speelt, hoe groter je invloed.
- Meer lezen over hoe je als OR een strategische partner kan worden? Lees het volgende artikel: Van inspraak naar invloed: wat het SER-advies écht vraagt van medezeggenschap
Wat moet er in een adviesaanvraag staan?
Een goede adviesaanvraag maakt duidelijk wat de ondernemer van plan is, waarom en met welke gevolgen.
Bij een adviesaanvraag moeten in ieder geval de beweegredenen voor het voorgenomen besluit duidelijk worden gemaakt. Daarnaast moet inzicht worden gegeven in de gevolgen die het besluit naar verwachting voor medewerkers heeft en in de maatregelen die de ondernemer in verband daarmee wil nemen.
Maar de OR hoeft geen genoegen te nemen met alleen die basisinformatie als voor een goed advies meer nodig is.
Denk bijvoorbeeld aan:
- financiële onderbouwingen;
- businesscases;
- scenario’s en alternatieven;
- organisatieschema’s;
- formatieoverzichten;
- gevolgen voor functies;
- risicoanalyses;
- planning en fasering;
- personele gevolgen;
- gevolgen voor arbeidsomstandigheden;
- of afspraken met externe partijen.
De OR heeft op grond van zijn informatierecht (artikel 31 WOR) recht op de informatie die hij redelijkerwijs nodig heeft om zijn taak goed te kunnen uitvoeren.
Hoeveel tijd heeft de OR om advies uit te brengen?
Hierover bestaat een hardnekkig misverstand.
De WOR kent geen algemene termijn van bijvoorbeeld vier of zes weken waarbinnen een OR zijn advies moet uitbrengen.
Hoeveel tijd nodig is, hangt af van de aard en complexiteit van het besluit.
Een relatief overzichtelijke wijziging kan snel worden behandeld. Een omvangrijke reorganisatie, fusie of overname met financiële, organisatorische en personele gevolgen vraagt vaak aanzienlijk meer tijd.
De OR moet zich daarbij redelijk opstellen. Onnodig vertragen past niet bij goede medezeggenschap. Maar je laten opjagen evenmin.
Maak daarom bij aanvang van een adviestraject procesafspraken met de bestuurder. Spreek bijvoorbeeld af:
- wat je over en weer tijdens het adviestraject van elkaar verwacht;
- welke informatie wanneer beschikbaar komt;
- wanneer vragen kunnen worden gesteld;
- wanneer overlegvergaderingen plaatsvinden;
- welke deskundigen eventueel worden betrokken;
- wanneer de achterban wordt geraadpleegd;
- en op welk moment de OR verwacht te kunnen adviseren.
Dat voorkomt veel discussie later in het proces.
Hoe pakt een OR een adviestraject goed aan?
Een adviesaanvraag is geen invuloefening waarbij de OR uiteindelijk alleen maar ‘positief’ of ‘negatief’ hoeft te adviseren.
Begin daarom met de vraag:
Wat willen wij als OR met onze invloed bereiken?
Bepaal vervolgens welke onderwerpen daarvoor belangrijk zijn.
Bij een reorganisatie kan dat bijvoorbeeld gaan over behoud van kennis, werkdruk, inrichting van teams, plaatsing van medewerkers en de kwaliteit van het toekomstige werk.
Bij een fusie of overname kunnen strategie, financiële risico’s, toekomstige zeggenschap, arbeidsvoorwaarden en de inrichting van de medezeggenschap belangrijk zijn.
Bij een investering kan de OR willen weten welke alternatieven zijn onderzocht en welke gevolgen de investering heeft voor werkgelegenheid, technologie of arbeidsomstandigheden.
Een effectieve OR combineert daarbij drie rollen:
- onderzoeken – klopt de onderbouwing en ontbreekt er informatie?
- beoordelen – vindt de OR het voorgenomen besluit verstandig en verantwoord?
- beïnvloeden – wat zou volgens de OR anders of beter moeten?
Die laatste stap wordt soms vergeten. Terwijl juist daar de kern van het adviesrecht ligt.

Serious Game: oefenen in de praktijk!
Leren uit een boek is één. Maar leren in de praktijk werkt veel beter en – niet onbelangrijk – is veel leuker! Tijdens de Serious Game training van MZ Services gaat de hele OR aan de slag met een fictieve of echte casus. Samen met een trainingsacteur – die zich inleeft in de rol van jullie bestuurder (!) – oefen je in de praktijk op welke manier een adviestraject het best doorlopen kan worden en wat de voor- en nadelen zijn van de verschillende opties die je als OR tegenkomt tijdens zo’n proces.
Mag de OR een externe deskundige inschakelen?
Ja.
Op grond van artikel 16 WOR kan de ondernemingsraad deskundigen raadplegen wanneer dat redelijkerwijs nodig is voor de vervulling van zijn taak.
Dat kan bijvoorbeeld een:
- financieel deskundige;
- jurist;
- organisatiekundige;
- arbeidsrechtadvocaat;
- pensioenexpert;
- arbodeskundige;
- of OR-adviseur zijn.
Aan een ingewikkelde reorganisatie, fusie of financiële businesscase zitten vaak aspecten waarvoor binnen de OR onvoldoende specialistische kennis aanwezig is. Het is dan heel normaal om expertise in te schakelen.
Wanneer aan het inschakelen van een externe deskundige kosten zijn verbonden, moet de ondernemer daar vooraf over worden geïnformeerd. Redelijkerwijs noodzakelijke kosten komen op grond van artikel 22 WOR in beginsel voor rekening van de ondernemer.
Een externe adviseur hoort het werk van de OR overigens niet over te nemen. De beste ondersteuning zorgt ervoor dat de OR zelf beter begrijpt wat er speelt, scherpere keuzes maakt en sterker het gesprek met de bestuurder voert.
- Meer lezen over het recht van de OR om een extern adviseur in te schakelen? Lees het volgende artikel: Mag de OR een externe adviseur inschakelen?
Betrek ook de achterban
OR-leden weten veel van hun organisatie, maar niet alles.
Medewerkers die dagelijks met processen, klanten, cliënten, patiënten of systemen werken, kunnen waardevolle informatie geven over de praktische gevolgen van een voorgenomen besluit.
Gebruik die kennis.
Afhankelijk van het onderwerp kun je medewerkers bijvoorbeeld betrekken via gesprekken, een korte enquête, bijeenkomsten, werkgroepen en contactpersonen in teams of afdelingen.
Uiteraard moet de OR daarbij rekening houden met eventueel opgelegde geheimhouding.
Een OR die zijn achterban goed kent, kan in een advies niet alleen vertellen wat hij zelf vindt, maar ook wat er in de organisatie daadwerkelijk speelt.
Dat versterkt de kwaliteit en het draagvlak van het advies.
Moet een OR positief of negatief adviseren?
De WOR schrijft niet voor hoe een advies eruit moet zien.
Een OR kan:
- positief adviseren;
- negatief adviseren;
- positief adviseren onder voorwaarden;
- alternatieven voorstellen;
- aanbevelingen doen;
- of op onderdelen verschillend adviseren.
In de praktijk is een uitsluitend ‘ja’ of ‘nee’ vaak minder krachtig dan een advies waarin precies wordt uitgelegd waarom de OR tot zijn oordeel komt en welke aanpassingen nodig zijn.
Een goed advies maakt voor de bestuurder duidelijk:
- hoe de OR het voorgenomen besluit beoordeelt;
- op welke informatie die beoordeling is gebaseerd;
- welke risico’s of aandachtspunten de OR ziet;
- welke alternatieven zijn onderzocht;
- en wat de OR concreet van de bestuurder vraagt.
Daarmee wordt het advies een inhoudelijk onderdeel van het besluitvormingsproces.
Wat gebeurt er als de bestuurder het advies van de OR niet overneemt?
De bestuurder is niet verplicht het advies van de ondernemingsraad te volgen.
Wijkt het definitieve besluit af van het advies van de OR, dan moet de ondernemer de OR daarover informeren en toelichten waarom van het advies wordt afgeweken.
Vervolgens geldt in beginsel een opschortingstermijn van één maand. Gedurende die maand mag het besluit nog niet worden uitgevoerd, tenzij de OR aangeeft dat de ondernemer niet hoeft te wachten.
Die termijn geeft de OR de gelegenheid om te beoordelen of hij gebruik wil maken van zijn beroepsrecht.
Kan de OR naar de rechter als zijn advies wordt genegeerd?
Ja.
Bij adviesplichtige besluiten op grond van artikel 25 WOR kan de OR op grond van artikel 26 WOR beroep instellen bij de Ondernemingskamer van het gerechtshof Amsterdam.
Dat kan onder andere wanneer:
- het uiteindelijke besluit niet overeenkomt met het advies van de OR;
- na het advies nieuwe feiten of omstandigheden bekend worden die tot een ander OR-advies hadden kunnen leiden;
- of de ondernemer ten onrechte helemaal geen advies heeft gevraagd.
De beroepstermijn is kort: in beginsel één maand nadat de OR van het besluit op de hoogte is gebracht.
De Ondernemingskamer beoordeelt uiteindelijk of de ondernemer, na afweging van de betrokken belangen, in redelijkheid tot zijn besluit heeft kunnen komen.
Een gerechtelijke procedure is uiteraard niet het doel van medezeggenschap. Het beroepsrecht zorgt er wel voor dat het adviesrecht geen vrijblijvend recht is.
Wat kan de OR doen als helemaal geen advies wordt gevraagd?
Wacht vooral niet af.
Als de OR ziet dat een bestuurder een besluit voorbereidt of uitvoert dat volgens de OR adviesplichtig is, moet hij zo snel mogelijk aan de bel trekken.
Leg schriftelijk vast:
- welk voorgenomen besluit de OR ziet;
- waarom volgens de OR artikel 25 WOR van toepassing is;
- dat de OR om een formele adviesaanvraag vraagt;
- en dat nog geen uitvoering aan het besluit mag worden gegeven voordat de medezeggenschapsprocedure is doorlopen.
Afhankelijk van de situatie kan vervolgens gebruik worden gemaakt van de geschillenregeling uit artikel 36 WOR of van het beroepsrecht bij de Ondernemingskamer.
Wacht bij twijfel niet totdat het besluit volledig is uitgevoerd.
Juist bij het adviesrecht is tijdig handelen belangrijk.
Geldt het adviesrecht ook bij de overheid?
Ja, maar bij overheidsorganisaties speelt een belangrijke bijzonderheid: het politiek primaat.
Besluiten van democratisch gecontroleerde organen over de publiekrechtelijke vaststelling van taken, beleid en de uitvoering daarvan kunnen buiten het formele medezeggenschapsrecht vallen.
Dat betekent niet dat de OR vervolgens niets meer te zeggen heeft.
De gevolgen van politieke besluiten voor de werkzaamheden van medewerkers kunnen wel degelijk onderwerp zijn van medezeggenschap. Denk bijvoorbeeld aan:
- de inrichting van de ambtelijke organisatie;
- personeelsformatie;
- veranderingen in functies;
- arbeidsomstandigheden;
- werkdruk;
- of een reorganisatie die uit een politiek besluit voortvloeit.
Voor ondernemingsraden bij gemeenten en andere overheidsorganisaties is het daarom belangrijk om steeds scherp onderscheid te maken tussen het politieke besluit zelf en de organisatorische en personele gevolgen daarvan.
Vijf tips om meer uit het adviesrecht te halen
1. Wacht niet op de adviesaanvraag
Gebruik artikel 24-overleg en andere signalen uit de organisatie om vroeg te ontdekken welke belangrijke besluiten eraan komen.
2. Maak vooraf procesafspraken
Spreek af welke informatie nodig is, wat de planning is, wanneer overleg plaatsvindt en wanneer de OR verwacht te kunnen adviseren.
3. Bepaal eerst wat je wilt bereiken
Duik niet onmiddellijk in alle documenten. Formuleer eerst welke belangen, doelen en resultaten voor de OR belangrijk zijn.
4. Onderzoek ook alternatieven
Een sterk advies gaat niet alleen over de vraag of het voorstel van de bestuurder goed of slecht is. Vraag welke alternatieven zijn onderzocht en ontwikkel zo nodig zelf alternatieven.
5. Investeer in de kwaliteit van je advies
Gebruik kennis uit de achterban, laat financiële of juridische informatie beoordelen wanneer dat nodig is en onderbouw conclusies. Hoe sterker het advies, hoe moeilijker het is om het zonder goede argumenten terzijde te leggen.
Veelgestelde vragen over het adviesrecht
Nee. Beide termijnen zijn nergens op gebaseerd. De WOR kent namelijk geen algemene wettelijke adviestermijn van vier of zes weken. De benodigde tijd hangt af van het onderwerp en de omstandigheden. Maak daarom duidelijke procesafspraken over planning, informatie en overleg.
Nee. Bij een adviesplichtig voorgenomen besluit moet de OR eerst daadwerkelijk de mogelijkheid krijgen invloed uit te oefenen. Onomkeerbare uitvoering terwijl de adviesprocedure nog loopt, kan daarmee op gespannen voet staan.
Zeker. Juist dat kan het advies waardevol maken. De OR hoeft zich niet te beperken tot commentaar op het voorstel van de bestuurder, maar kan andere scenario’s, voorwaarden en oplossingen aandragen.
Ja. Als externe deskundigheid redelijkerwijs nodig is voor de taak van de OR kan de OR een deskundige inschakelen. Wanneer daaraan kosten verbonden zijn, moet de ondernemer vooraf over die kosten worden geïnformeerd.
Nee. De OR heeft het recht om te adviseren. Nergens staat dat dit advies als positief of negatief gekwalificeerd moet worden. De OR kan er ook voor kiezen om zelf een alternatief voor te stellen of zelfs om in zijn geheel af te zien van een advies (het is immers een advies’recht’!).

Hulp nodig bij een adviestraject?
Krijgt jullie ondernemingsraad te maken met een reorganisatie, fusie, overname, belangrijke investering of andere ingrijpende organisatieverandering?
MZ Services ondersteunt ondernemingsraden zowel inhoudelijk als procesmatig.
We helpen bij het beoordelen van de adviesaanvraag, het formuleren van de juiste vragen, financiële en organisatorische analyses, het bepalen van de OR-strategie en het formuleren van een goed onderbouwd advies.
Niet om het werk van de OR over te nemen, maar om ervoor te zorgen dat jullie je eigen positie optimaal kunnen benutten.
Neem contact met ons op voor OR-advies of verdiep je tijdens een training over de WOR en het adviesrecht verder in de mogelijkheden van de ondernemingsraad.