
EOR bij internationale reorganisatie: invloed en bevoegdheden in de praktijk
Door: MZ Services – gebaseerd op praktijkervaringen van Gerry Leenders, voormalig adviseur en trainer bij MZ Services en voormalig vicevoorzitter van de Europese ondernemingsraad van Philip Morris.
Voor het laatst gecontroleerd op: 5 oktober 2026
Een internationale reorganisatie kan werknemers in meerdere landen tegelijkertijd raken. Juist dan kan de Europese ondernemingsraad (EOR), of European Works Council (EWC), een belangrijke rol spelen.
De EOR heeft andere bevoegdheden dan een Nederlandse ondernemingsraad. Waar een Nederlandse OR onder meer een wettelijk advies- en instemmingsrecht kent, ligt bij de EOR de nadruk op tijdige informatie en daadwerkelijke raadpleging over transnationale aangelegenheden.
Maar formele rechten vertellen niet het hele verhaal. Hoeveel invloed een EOR in de praktijk heeft, hangt ook af van het moment waarop hij wordt betrokken, de kwaliteit van de informatie, de afspraken in de EOR-overeenkomst en vooral van het vermogen van vertegenwoordigers uit verschillende landen om gezamenlijk op te treden.
Dat bleek ook tijdens een grote reorganisatie bij Philip Morris, waarbij de sigarettenproductie in Bergen op Zoom werd beëindigd
Welke rol heeft een EOR bij een internationale reorganisatie?
Een EOR richt zich op transnationale aangelegenheden: onderwerpen die de onderneming of groep als geheel raken, of gevolgen hebben voor werknemers in verschillende Europese landen.
Bij internationale veranderprocessen kan het bijvoorbeeld gaan om:
- grote veranderingen in de organisatie;
- reorganisaties en herstructureringen;
- fusies en overnames;
- verplaatsing van productie of activiteiten;
- inkrimping of sluiting van vestigingen;
- belangrijke veranderingen in de werkgelegenheid;
- collectief ontslag.
De kern van de positie van de EOR bestaat uit informatie en raadpleging. De EOR moet voldoende informatie ontvangen om een voorgenomen ontwikkeling en de mogelijke gevolgen ervan te kunnen beoordelen. Raadpleging moet vervolgens ruimte bieden om daarover met het centrale management in gesprek te gaan en een standpunt naar voren te brengen.
Welke procedures precies gelden, hangt mede af van de EOR-overeenkomst. Daarin worden afspraken gemaakt over onder meer de onderwerpen waarover de EOR wordt geïnformeerd en geraadpleegd, de overlegmomenten en de informatievoorziening.
De Europese regelgeving rond de EOR is bovendien in ontwikkeling. Richtlijn (EU) 2025/2450 versterkt op verschillende punten de eisen aan transnationale informatie en raadpleging. De richtlijn moet nog in nationale wetgeving worden verwerkt. Voor de Nederlandse praktijk blijft de huidige Wet op de Europese ondernemingsraden (WEOR) daarom voorlopig het uitgangspunt.
Meer weten over de rechten, actuele regelgeving en inrichting van een EOR? Lees dan ook ons artikel “Wat is een Europese Ondernemingsraad (EOR)?“
Philip Morris: wat gebeurt er als de EOR laat wordt betrokken?
Gerry Leenders werkte jarenlang binnen de Europese medezeggenschap van Philip Morris en was vicevoorzitter van de Europese ondernemingsraad. Vanuit die rol maakte hij van dichtbij mee wat er gebeurde toen Philip Morris in 2014 besloot de sigarettenproductie in Bergen op Zoom te beëindigen.
De reorganisatie had grote gevolgen voor de werkgelegenheid. De ervaring uit die periode maakte vooral duidelijk hoe belangrijk het moment van informatie en raadpleging is.
Zoals Gerry daar destijds over zei:
“Als de EOR in een vroegtijdig stadium was ingelicht, hadden we binnen Europa kunnen kijken naar alternatieven.”
Dat raakt precies aan een belangrijk uitgangspunt van effectieve Europese medezeggenschap. Informatie heeft weinig waarde wanneer belangrijke keuzes feitelijk al zijn gemaakt. Een EOR moet voldoende tijd en informatie krijgen om ontwikkelingen te kunnen beoordelen, alternatieven te bespreken en zijn standpunt naar voren te brengen voordat het besluit definitief is.
Bij internationale reorganisaties kan dat extra belangrijk zijn. Een voorgenomen besluit dat in één land grote gevolgen heeft, kan voortkomen uit keuzes die op concernniveau zijn gemaakt en tegelijkertijd gevolgen hebben voor andere landen.
Geen tandeloze tijger
Een EOR beschikt niet over dezelfde wettelijke advies- en instemmingsrechten als een Nederlandse ondernemingsraad. Dat betekent echter niet dat een Europese ondernemingsraad weinig invloed kan hebben.
De ervaring bij Philip Morris laat juist zien hoeveel kracht kan ontstaan wanneer werknemersvertegenwoordigers uit verschillende landen gezamenlijk optreden.
Toen duidelijk werd dat de sigarettenproductie in Bergen op Zoom zou stoppen, wilden de leden van de EOR dat er een goed sociaal plan tot stand kwam. Niet alleen voor de Nederlandse werknemers, maar ook als basis voor situaties waarin andere Europese vestigingen later met vergelijkbare veranderingen geconfronteerd zouden worden.
Toen daarover aanvankelijk onvoldoende overeenstemming werd bereikt, kozen de EOR-leden ervoor gezamenlijk op te treden. Zij stelden een petitie op die door alle leden werd gesteund en maakten daarmee duidelijk dat werknemersvertegenwoordigers uit verschillende Europese vestigingen achter hun Nederlandse collega’s stonden.
Die gezamenlijke positie had effect en droeg eraan bij dat alsnog afspraken tot stand kwamen.
De casus illustreert een belangrijk punt: de invloed van een EOR wordt niet uitsluitend bepaald door zijn formele bevoegdheden. Ook onderlinge samenwerking, solidariteit tussen landen en het vermogen om als één Europese werknemersvertegenwoordiging op te treden, kunnen verschil maken.
Wat leert deze praktijkcase over de invloed van een EOR?
Een internationale reorganisatie vraagt van een EOR meer dan alleen kennis van de formele regels.
Allereerst is tijdige betrokkenheid belangrijk. Hoe eerder de EOR zicht krijgt op ontwikkelingen met mogelijke transnationale gevolgen, hoe meer ruimte er bestaat om informatie te beoordelen, vragen te stellen en alternatieven te onderzoeken.
Daarnaast is goede informatie essentieel. De EOR moet kunnen begrijpen waarom een verandering wordt overwogen, welke landen en werknemers worden geraakt en welke alternatieven het management heeft onderzocht.
Ook de samenwerking tussen EOR-leden is bepalend. Vertegenwoordigers komen uit verschillende landen, met verschillende medezeggenschapstradities en soms uiteenlopende nationale belangen. Juist bij een reorganisatie kan het lastig zijn om vanuit die verschillen tot een gezamenlijke Europese positie te komen.
Ten slotte is een goede afstemming met nationale ondernemingsraden en andere werknemersvertegenwoordigers belangrijk. De EOR en de nationale medezeggenschap hebben ieder een eigen rol, maar kunnen tegelijkertijd met hetzelfde internationale veranderproces te maken krijgen.
Een effectieve EOR weet die verschillende niveaus met elkaar te verbinden.
Nieuwe Europese regels versterken informatie en raadpleging
De Europese regels voor European Works Councils zijn inmiddels herzien. Richtlijn (EU) 2025/2450 wijzigt Richtlijn 2009/38/EG en versterkt onder andere de positie van de EOR bij transnationale informatie en raadpleging.
Daarbij is onder meer verduidelijkt welke aangelegenheden als transnationaal kunnen worden beschouwd. De vernieuwde regels besteden ook nadrukkelijk aandacht aan reorganisaties en andere veranderprocessen, waaronder veranderingen die samenhangen met de groene en digitale transitie.
Een ander belangrijk element is dat raadpleging daadwerkelijk moet plaatsvinden voordat het management het besluit over de betreffende maatregelen neemt. Wanneer de EOR tijdig een standpunt uitbrengt, voorzien de nieuwe regels bovendien in een gemotiveerde schriftelijke reactie van het management.
Dat maakt van de EOR geen Nederlandse ondernemingsraad met een wettelijk adviesrecht. Het onderstreept wel dat Europese informatie en raadpleging méér moeten zijn dan het achteraf informeren van werknemersvertegenwoordigers over een besluit dat al vaststaat.
Wil je de actuele regels, drempelwaarden en rechten van de EOR uitgebreider bekijken? Lees dan Wat is een Europese ondernemingsraad (EOR)?
Formele rechten én praktische invloed
De ervaring bij Philip Morris laat zien dat de positie van een Europese ondernemingsraad niet alleen afhangt van wat formeel in wetgeving en de EOR-overeenkomst staat.
Een EOR die tijdig informatie krijgt, de juiste vragen stelt, verschillen tussen landen weet te overbruggen en gezamenlijk positie kan bepalen, staat sterker tegenover het centrale management.
Dat vraagt kennis, maar ook samenwerking, strategie en goede communicatie.
Juist daarom besteden we in onze maatwerktrainingen voor European Works Councils niet alleen aandacht aan rechten en procedures, maar ook aan samenwerking tussen landen, het bepalen van gezamenlijke prioriteiten, overleg met het centrale management en het omgaan met internationale reorganisaties en andere transnationale veranderingen.

Beter samenwerken en meer uit het EOR-werk halen?
Wil je als EOR sterker samenwerken en meer uit jullie positie halen? Bekijk dan onze maatwerktraining European Works Council.
Meer praktische vragen over de EOR?
Ben je betrokken bij het opzetten of functioneren van een Europese ondernemingsraad en wil je weten hoe het zit met bijvoorbeeld de EOR-overeenkomst, de bijzondere onderhandelingsgroep, kosten, informatie en raadpleging of de verhouding met nationale ondernemingsraden?
Lees dan ook 10 vragen die multinationals moeten beantwoorden over de Europese ondernemingsraad (EOR).